Nieuwe kraamkolonie ingekorven vleermuis voor Vlaanderen

Vanaf 2013 zoeken we op een laag intensieve schaal naar de kraamkolonie ingekorven in oostelijk Limburg. We hadden al jaren de indruk dat die er zou moeten zitten, maar meerdere pogingen in verschillende jaren eindigde in kleine verblijven met 1, 1, 1, 1, 2 tot 15 dieren, maar de grote groep vonden we niet.

Hetzelfde voor de omgeving Bokrijk. Ook hier meermaals kleine groepjes als satelieten van een groter verblijf, maar nooit de grote groep.

In opdracht van het ANB hebben we afgelopen maandagavond een simultaan vangstavond georganiseerd. Op vier plekken vingen we, op één was het raak. Twee dieren werden van een zender voorzien en die nacht gevolgd voor het habitatgebruik. Eén dier vloog daarbij tot 5 kilometer ver. Niet heel ver voor een ingekorven (19km als dagelijkse woon-foerageerafstand komt voor), maar toch ook niet slecht. Zij deed daarbij meerdere stallen aan en foerageerde ook in verschillende bosjes. Daan’s glazen bol voor het juiste dorp waar de kolonie zou huizen was geheel juist! De foto (58 dieren) en een tweede kleinere groep aan een andere balk maakt deze kolonie met juvenielen op (minstens) 80 dieren.

In de omgeving van Bokrijk wilde het niet lukken een ingekorven vleermuis te vangen; mogelijk/ waarschijnlijk is dit meer een “spinnenkolonie” dan een “stallenkolonie”.

Vanavond hopen we de Alken/ Wellen – Diepenbeek/ Bokrijk kolonie toch nog te gaan vinden in een “ultieme poging”. Omdat mogelijk door klimaatopwarming deze vleermuissoort in aantal flink toe neemt en misschien daardoor gemakkelijker te vinden is, heb ik extra goede hoop dat het dit jaar toch nog gaat lukken!

Inventarisatie van oudbos- gebieden in Haspengouw

In opdracht van het Vlaamse Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) zijn deze zomer door Bionet Natuuronderzoek zogenaamde “oudbos- gebieden” één nacht per gebied geïnventariseerd op vleermuizen. Oudbos zijn bossen die vanaf de eerste bekende topografische kaarten van Ferraris bebost zijn gebleven. Door de ecologie van verschillende vleermuissoorten, zijn deze bossen mogelijk het meest ecologisch interessant voor boombewonende vleermuissoorten.

Tijdens deze inventarisatie zijn 11 vleermuizensoorten waargenomen en tevens gevangen, waardoor van veel soorten voortplantingspopulaties konden worden aangetoond. De de op voortplanting wijzende ingekorven-, bos-, en Bechsteins vleermuizen kregen een miniatuurzenderstje op hun rug geplakt, wat leidde tot de vondst van verschillende nieuwe (bosvleermuis) en herbevestigde (Bechsteins) kraamkolonies. De ingekorven vleermuis werd gevolgd maar kon niet terug worden gevonden in de kolonie, ondanks intensief zoeken, ook vanuit de lucht.

Kolonie bosvleermuis_RJA0111 Twee zwermende bosvleermuizen tijdens de vondst van dit vierde kraamverblijf voor Vlaanderen in Haspengouw.

Cameraval.eu

Sinds 15 januari is Cameraval.eu online. Bionet Natuur ondersteunt deze webwinkel voornamelijk met inhoudelijke input over het gebruik van cameravallen in natuuronderzoek.
Cameraval.eu probeert met haar ervaring met veelvuldig gebruik van verschillende soorten en typen cameravallen mensen te adviseren in haar aanschaf van cameravallen. Een gelikt verkoopverhaal is het laatste wat ze probeert te geven!
De onderdelen Cameraval kiezen en Tips & Trics zijn hier de meest zichtbare voorbeelden van, maar ook door de website heen zijn de ervaringen verweven.
Bij vragen, mail of bel vooral. We geven graag advies!

Like vooral ook de Facebookpagina Cameraval.eu, zodat je automatisch op de hoogte wordt gehouden van foto’s & videobeelden, nieuwe ideeën alsook nieuwe producten die verschijnen.

Succesvolle mitigatie ingekorven vleermuisverblijf

Op 28 september verscheen in het Waalse vleermuistijdschrift Echo de Rhinos editie 88 een succesverhaal van Pierrette Nyssen, Daan Dekeukeleire en René Janssen over de succesvolle mitigatie van een verblijfplaats van de streng beschermde ingekorven vleermuis Myotis emarginatus. Dit werd gedaan door de inzet van Swaenen-boxen.
Het artikel (in het Frans) is als pdf te downloaden door op het plaatje te klikken.

Natuurbericht naar aanleiding van PlosONE artikel

Onderstaand Natuurbericht werd geschreven naar aanleiding van een publicatie in PlosONE van een onderzoek dat in 2008 gezamenlijk opgezet, uitgevoerd en uitwerkt werd door de auteurs. Bionet Natuuronderzoek. De coördinatie lag in handen van Bionet.

Zwermende vleermuizen inspecteren winterverblijven
Vleermuizen gebruiken hun winterslaapplaatsen niet alleen in de winter. Ze gaan er ook zwermen: vleermuizen uit verschillende kolonies of groepen vliegen er heen, gaan er dan druk rond fladderen en ontmoeten er dan hun paringspartners. In een recente publicatie van de hand van Jaap van Schaik , René Janssen, Thijs Bosch, Anne-Jifke Haarsma, Jasja J. A. Dekker en Bart Kranstauber wordt aangetoond dat de soortsamenstelling van de dieren die zwermen bij winterverblijven en die er winterslaap houden verband houden met elkaar. Dit betekent dat een verstoring in het ene seizoen, een groot effect kan hebben op het andere. Zowel paring als de overleving in de winter zijn van levensbelang voor het voortbestaan van de vleermuispopulaties. Hierdoor is het dus noodzakelijk dat winterverblijven ook in de paartijd beschermd gaan worden.

Een bijzonder gedrag van vleermuizen tijdens het najaar is zwermen. Al vliegend voor de opening van potentiële winterverblijf wordt er in grote aantallen door en langs elkaar gevlogen. Dit zwermen gebeurt op allerlei plekken, waaronder bij de mergelgroeven in Limburg. Lang was er discussie onder vleermuisonderzoekers welke functie dit zwermen had. Vaak werd gesuggereerd dat het zwermgedrag enkel was om te paren, want bij het zwermen gevangen dieren bleken seksueel actief te zijn en zwermen werden parende dieren waargenomen.

Recent gepubliceerd onderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE toont aan dat zwermgedrag en winterslaap met elkaar verbonden zijn. Het laat daarmee zien dat er een correlatie is tussen zwermen bij en winterslaap in een winterverblijf. Dit zou kunnen betekenen dat het zwermen een rol speelt bij het ontdekken van en delen van informatie over winterverblijven en de mate waarin een winterverblijf wordt gebruikt.

Het gepubliceerde onderzoek vergelijkt de vangsten van 66 nachten onderzoek met mistnetten voor ingangen van groeven met de tellingen van winterslapende dieren van dezelfde groeves die gedaan zijn door vrijwilligers van het Meetnet Wintertellingen van de Zoogdiervereniging. Uit deze vergelijking blijkt dat de samenstelling van de soorten in de zwermfase en de overwinterende dieren overeenstemmen.

Vleermuizen kiezen dus zeer waarschijnlijk voor een zeer specifiek winterobject om de kwetsbare winterperiode door te komen op basis van bepaalde eigenschappen. Het onderzoek toont daarnaast aan dat door zwermende dieren te vangen, het mogelijk is in te schatten welke vleermuissoorten in welke samenstelling een winterverblijf gebruiken om te overwinteren.

Verschil in eigenschappen van winterverblijven blijken verschillende samenstellingen van vleermuizen aan te trekken, waarbij de diversiteit van winterverblijven van belang is voor de soortenrijkdom. Omdat zwermen en winterslaap zo sterk aan elkaar gebonden zijn, moet niet alleen de winterslaapperiode, maar ook het zwermen ongestoord kunnen gebeuren om vleermuizen te beschermen.

Het onderzoek toont daarnaast nog maar eens aan dat verschillende vleermuissoorten verschillende zwermperiodes hebben. Daarom is het van belang vanaf eind juli tot half oktober bij zwermplaatsen tussen 22:00-2:00 rust te hebben en dat deze plaats donker is. De meeste vleermuissoorten zijn namelijk lichtschuw.

Het artikel is gratis te lezen via de volgende link:
http://dx.plos.org/10.1371/journal.pone.0130850

Voorjaar goed van start

Het voorjaar is onderweg. Dit voorjaar en deze zomer zal Bionet Natuuronderzoek vooral druk zijn met het afronden van het onderzoek naar wilde katten, een onderzoek naar muizendichtheden in verschillende typen graslanden in relatie tot haar beheer en het jachtgedrag van kerkuilen & torenvalken alsmede met het laatste jaar wespendievenonderzoek. Daarnaast wordt er ondersteuning geboden bij twee onderzoeken naar habitatgebruik van Rode wouwen in de Oostkantons (B) alsmede in Noord-Luxemburg (L.). In augustus wordt nog een vleermuisonderzoek uitgevoerd. Enkele kleinere vleermuisonderzoeken alsmede ecologische begeleiding in het kader van de F&F- wet wordt tussendoor geboden.

Bellen of mailen voor een offerteverzoek kan altijd. Indien het niet past, adviseer ik graag een passende collega.

Aanvullende cameravalzoektocht naar wilde kat en boommarter

In de winter van 2012-2013 werden op 248 locaties cameravallen geplaatst als aanvullend onderzoek op het cameravalonderzoek gedurende de winter van 2010/2011. Het onderzoeksgebied waren de bossen in zuidelijk Zuid-Limburg en de oostelijke bossen van de Voerstreek. Doel was om de verspreiding na te gaan van drie bosgebonden roofdiersoorten: boommarter, wilde kat en lynx. Voor alle drie de doelsoorten geldt dat ze in Zuid-Limburg en de Voerstreek in de afgelopen tien jaar niet of nauwelijks zijn waargenomen. Direct ten zuiden van het onderzoeksgebied, in de bosrijke Ardennen en Eifel, komen de twee eerstgenoemde soorten algemener voor, terwijl de lynx zeer zeldzaam is. De lynx werd tijdens deze onderzoeksperiode niet in het gebied vastgesteld. Twee verschillende wilde katten kwamen voor de camera op het ecoduct en de wilde kat werd in twee bosgebieden gefilmd (Noordal en Vrouwenbos) op in totaal 8 camera’s.

De boommarter kwam op vijf onderzoekslocaties voor de camera’s. Zijn aanwezigheid in verschillende bosgebieden in de Voerstreek, en zelfs op 200 meter van de Nederlandse grens, maakt aannemelijk dat de boommarter voldoende mogelijkheden heeft zijn areaal uit te breiden en populaties te vormen in het Aachenerwald en de Nederlandse bossen. De wilde kat lijkt aan een uitbreiding bezig te zijn.

Het is zover…

…de website van Bionet Natuuronderzoek is in de lucht. In de loop van het jaar zal deze gevuld worden met rapporten, artikelen, film en foto’s van onderzoeken die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd.