Vleermuisveldseizoen (weer) in volle gang

De maanden mei, juni en juli staan de vleermuisonderzoeken weer vol op het programma. Eén van een langjarig lopend project voor SEVON dat wordt uitgevoerd is een onderzoek naar het gebruik van vleermuizen in boomgaarden. Doel is vleermuizen optimaal in te zetten tegen plaaginsecten voor fruittelers. Ook vind er een nieuwe zoektocht plaats naar de Brandts kolonie van 122 dieren in het Aachenerwald.
Daarnaast vindt er een grootschalig onderzoek plaats naar habitatgebruik van Bechsteins, vale en gewone grootoorvleermuis en een project naar vleermuizen in nieuwe stallen voor Regionaal Landschap Voorkempen. Zoals al enkele jaren wordt ook dit jaar kosteloos hulp verleend aan het Mopsvleermuisonderzoek in het Waasland.

Boomgaarden voor vleermuizen!?

Haspengouw staat bekend om haar fruitteelt. Hoogstamboomgaarden worden gezien als soortenrijke hotspots, maar laagstamboomgaarden blijken ook van wezenlijke waarde door hun soortenrijkdom. Vleermuizen bijvoorbeeld gebruiken boomgaarden als fourageergebied en uit diverse studies blijkt dat vleermuizen zeer belangrijke natuurlijke predatoren zijn. In Europa is dit voor de fruitteelt voor onder andere vastgesteld bij de bestrijding van grote appelbladroller en meikevers. Dit jaar willen we onderzoeken welke vleermuissoorten op andere pestinsecten zoals de verschillende soorten stinkwantsen maar ook Aziatische fruitvlieg foerageren. Ook willen we inventariseren welke vleermuizen in de Haspengouwse boomgaarden foerageren. Maar het belangrijkste is wel dat we fruittelers willen informeren en adviseren hoe zij optimaal kunnen profiteren van vleermuizen als bestrijders van plaaginsecten binnen IPM.

Tijdens dit project proberen we tips en trucs te vinden voor het aantrekkelijk maken van boomgaarden voor vleermuizen, mede door verspreidingsonderzoek te doen naar vleermuizen in boomgaarden en plantages.

Het project wordt uitgevoerd met een Biodiversiteitssubsidie van de Provincie Limburg door SEVON, Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren, de gemeente Riemst, Limburgs Landschap vzw en pcfruit. Bionet voert een deel van de werkzaamheden in opdracht van SEVON uit.

Boommarter terug in Zuid-Limburg

Op zondag 15 november 2015 bracht Ark Natuurontwikkeling een Natuurbericht uit waarin het melding maakt van de cameravalwaarnemingen van boommarters in het Vijlenerbosch tussen juni 2014 en maart 2015. Eerder werden wel losse meldingen gedaan, cameravalfoto’s tot 200 over de grens (2010 & 2013). Nu werd deze fraaie soort voor een langere periode achter elkaar vastgesteld in Zuid-Limburg, waardoor kan worden aangenomen dat de boommarter weer terug is in Zuid-Limburg.
Boommarter in het Vijlenerbosch

Vara Vroege Vogels belde voor een kort interview, dat via deze link vanaf 41:40 is terug te luisteren. .

Artikel WK1

Een artikel over het ruimtelijke gedrag van eerste gezenderde wilde kat in Limburg van de hand van Jasja Dekker, René Janssen, Anke Brouns, Leo Linnartz en Jaap Mulder stond vandaag in het Natuur Historisch Maandblad

Het eerste dier konden we gedurende 3,5 maand volgen. Het gebruikte voornamelijk bos, bleef ver van gebouwen en had een groot activiteitsgebied. Het dier werd een maand na de laatste locatiebepaling dood teruggevonden langs de Geul. Op basis van het terreingebruik en de vermoedelijke doodsoorzaak worden een aantal aanbevelingen gedaan om het gebied veiliger te maken voor deze prille populatie Wilde katten. De PDF is via deze link te downloaden.

Voortplaning wilde kat in Vijlenerbosch vastgesteld

Bionet Natuuronderzoek doet samen met Jasja Dekker Dierecologie en Bureau Mulder-Natuurlijk onderzoek naar de Wilde kat (Felis silvestris) in het Vijlenerbosch. Deze week werd duidelijk dat er in september een jonge wilde kat was gefilmd met en cameraval. Meer info via de website van Ark

Reporter Jos van den Broek en cameraman Rudy van L1 gingen met Anke Brouns van Ark Natuurontwikkeling en René Janssen van Bionet Natuuronderzoek voor een korte reportage mee met het downloaden van de gegevens.


Uitkomsten Stallen: Snackbars voor vleermuizen in Het Belang van Limburg

In Vlaanderen doet Stichting Ecologisch Vleermuis Onderzoek Nederland in samenwerking met het RLH, Limburgs Landschap, JNM en de gemeente Kortessem een Biodiversiteitsproject voor de Provincie Limburg genaamd Stallen: Snackbars voor vleermuizen. Bionet Natuuronderzoek en Daan Dekeukeleire helpen bij de uitvoering van het onderzoek. In het artikel wordt meer over de resultaten verteld.

Wil je hier meer over weten? Kom dan a.s. dinsdag 16 december om 19:30 naar het PNC in Bokrijk. Daar vertellen we graag meer over de uitkomsten van dit project. Na de pauze volgt een opfriscursus voor het determineren van vleermuizen in winterslaap in samenwerking met de Vleermuizenwerkgroep Limburg.
Opgeven graag via het mailadres onderaan het artikel.

Derde wilde kat (Felis silvestris) in Limburg voorzien van GPS-collar

In opdracht van ARK Natuurontwikkeling voeren Jasja Dekker Dierecologie en Bionet Natuuronderzoek een onderzoek uit naar wilde katten in Zuid-Limburg. In juni werd de eerste wilde kat gevangen en voorzien van een halsbandzender. Het duurde tot 15 oktober voor er een tweede wilde kat werd gevangen. De derde wilde kat volgde tien dagen later. In totaal werden zo drie katten voorzien van een halsbandzender.

In de Middeleeuwen verdween de wilde kat uit Nederland. De afgelopen jaren keerde het dier terug naar Nederland. De eerste katten leven in de Zuid-Limburgse bossen. Voor onderzoek worden wilde katten door ARK Natuurontwikkeling gevangen en tijdelijk van een zender voorzien.

Het feit dat er binnen een paar maanden al drie dieren gevangen zijn is bijzonder. Een paar jaar geleden kwamen er namelijk geen wilde katten in Zuid-Limburg voor. Slechts een enkel dier was op verkenning en verdween vervolgens weer. Of er nog meer wilde katten in Zuid-Limburg leven is nog onduidelijk.

Het zenderonderzoek moet uitwijzen hoe de wilde kat het Zuid-Limburgse landschap gebruikt om bijvoorbeeld voedsel te zoeken en te rusten. Ook kan het uitwijzen waar knelpunten zijn in verbindingen tussen natuurgebieden en tussen Nederland en Ardennen en Eifel. Met de resultaten hopen we aanbevelingen te kunnen geven voor beheer en inrichting van natuurgebieden en gevaarlijke oversteekpunten.

Op dit moment lopen er twee wilde katten met een zender. Dat maakt het extra interessant, omdat nu ook kan worden bekeken hoe de wilde katten (beide zijn mannetjes) op elkaar reageren. Mijden ze elkaar of delen ze een leefgebied? De eerste data van de tweede wilde kat lijken er op te wijzen dat zijn leefgebied een heel stuk kleiner is dan dat van de eerste wilde kat. Maar de gegevens zijn nog te beperkt om hier zeker over te zijn. Van de meest recent gezenderde kat zijn nog geen gegevens bekend. Deze worden binnen een week verwacht. De in juni als eerste gezenderde wilde kat is op 10 oktober helaas dood gevonden. Na uitgebreid onderzoek lijkt het er op dat het dier is aangereden door een brommer of scooter.

De komende weken en maanden verwachten we meer resultaten van het zenderonderzoek.

Het onderzoek wordt in opdracht van Ark Natuurontwikkeling uitgevoerd door Jasja Dekker Dierecologie en Bionet Natuuronderzoek, in samenwerking met Staatsbosbeheer. Het onderzoek wordt mogelijk gemaakt door provincie Limburg.

Deels aangepaste tekst naar het Natuurbericht opgesteld door Anke Brouns.

Eerste resultaten wilde kat met zender

In het Vijlenerbosch werd op 1 juni de eerste Nederlandse wilde kat ooit voorzien van een halsband met zender door Jasja Dekker Dierecologie en Bionet Natuuronderzoek in opdracht van Ark Natuurontwikkeling. De eerste gegevens zijn spectaculair. ARK Natuurontwikkeling wil met dit zenderonderzoek informatie verzamelen over het doen en laten van de zeer zeldzame wilde kat in Nederland.

De zender op de halsband van de jonge kater geeft precies aan waar de kat wanneer was. Hij bestrijkt een groot gebied waarvan hij elke uithoek regelmatig bezoekt. Hij zwerft rond in bosgebieden in zowel Nederland, België als Duitsland. Het is dus met recht een drielandenkat. Het gebied lijkt ongeveer 35 vierkante kilometer groot te zijn en strekt zich uit van de westrand van het Vijlenerbos, tot diep in het Aachener Wald. De uiterste punten liggen bijna 15 kilometer uit elkaar. De grootste afstand die het dier afgelopen maand in één nacht heeft afgelegd bedraagt in vogelvlucht meer dan 9 kilometer.

Opvallend is dat het dier bij het doorkruisen van zijn leefgebied regelmatig twee drukke wegen oversteekt. Deze wegen zijn op deze plekken niet voorzien van tunnels voor fauna. De kat passeert de weg dus tussen het verkeer door. Dat is een groot risico. Bij een andere drukke weg maakt de wilde kat gebruik van een tunnel die aangelegd is voor dassen om veilig de weg te passeren.

Over het algemeen blijft de kat in het bos. Hij heeft hier een voorkeur voor bos met ondergroei van struiken en kruidachtige planten. Als dagrustplaats is onder andere een dassenburcht favoriet.
Inmiddels is gebleken dat de gezenderde kater zijn leefgebied deelt met minimaal één andere wilde kat. Deze zomer gaan de onderzoekers proberen om nog een wilde kat te voorzien van een zender. Zo kan mogelijk achterhaald worden hoe de katten op elkaar reageren en op welke manier hun leefgebieden overlappen. De zender van de wilde kat die nu gezenderd rondloopt zal tot aankomend najaar nog gegevens verzamelen.

Al voor de Middeleeuwen verdween de wilde kat uit Nederland. De laatste jaren maakt het dier een comeback in België en Duitsland. Vanuit de Eifel en Ardennen hebben de eerste wilde katten zich nu weer gevestigd in Nederlandse deel van het Drielandenpark in Zuid-Limburg. Om meer te weten te komen over het terreingebruik van de katten is een zenderonderzoek opgezet.

Meer over het onderzoek is te lezen op www.ark.eu/wildekat.